Outplacement

Outplacement wordt ingezet als een werknemer op zoek moet naar ander werk omdat de functie komt te vervallen, er sprake is van een faillissement of omdat de werkgever en de werknemer dat samen zijn overeengekomen.
De reden dat er gekozen wordt voor outplacement kan hoe dan ook een behoorlijk impact hebben op de werknemer. Rouwverwerking maakt daarom een belangrijk deel uit van de eerste fase van het outplacementtraject. In de tweede fase wordt de persoonlijke situatie in kaart gebracht. Dit vindt plaats met behulp van een:

  • Functie-oriëntatie (Wat wil ik?)
  • Vaardigheden- en competentieonderzoek (Wat kan ik?)
  • Gedrags- en persoonsprofiel (Wie ben ik?)

In de derde fase van het outplacementtraject gaat de werknemer concreet aan de slag met het solliciteren.

Outplacement start met een vrijblijvend oriënterend gesprek met de werkgever en/of de werknemer. De nadruk ligt in dit gesprek op het kennismaken en vertrouwen creëren. Daarna volgt een intakegesprek waarin de unieke en persoonlijke situatie van de werknemer wordt besproken. Vervolgens wordt er een plan van aanpak opgesteld. Een traject in het kader van outplacement duurt meestal tussen de 6 en 9 maanden.