Re-integratie 2e spoor

Re-integratie 2e spoor wordt ingezet in het kader van de Wet Verbetering Poortwachter (WVP). Als een werknemer wegens ziekte langdurig is uitgevallen in zijn of haar werk, zal een arbeidsdeskundige na ongeveer 1 jaar een onderzoek doen naar de arbeidsmogelijkheden van de werknemer. De arbeidsdeskundige onderzoekt deze in het 1e spoor: het eigen en ander werk bij de werkgever. Als de arbeidsdeskundige tot de conclusie komt dat de eigen functie van de werknemer niet meer passend is, niet passend kan worden gemaakt en er geen ander geschikt werk voorhanden is bij de werkgever, zal meestal de inzet van een traject re-integratie 2e spoor worden geadviseerd. Dit houdt in het zoeken naar ander werk bij een andere werkgever.

Een traject re-integratie 2e spoor start met een intakegesprek en het opstellen van een trajectplan. Zo’n plan bestaat meestal uit drie fases:

  • Persoonlijk inzicht (Wie ben ik, wat wil ik, wat kan ik?);
  • Arbeidsmarktverkenning (Welk beroep past bij mij en is haalbaar?);
  • Arbeidsmarktbenadering (Het daadwerkelijk zoeken en vinden van geschikt werk).

Re-integratie 2e spoor heeft vaak een behoorlijk impact op de werknemer. Bovendien hebben zowel de werkgever als de werknemer te maken met de Wet Verbetering Poortwachter. Maar ook met het UWV, bijvoorbeeld bij de aanvraag van de WIA.
Om deze reden kunnen zowel werkgever als werknemer rekenen op veelvuldig advies, informatie en begeleiding, ook in het geval de werknemer naar het UWV gaat voor een gesprek met de verzekeringsarts en/of arbeidsdeskundige in verband met de WIA-beoordeling.